Veiligheidskleding is er om je te beschermen wanneer er risico's zijn zoals onvoldoende zicht, contact met gevaarlijke stoffen, snij- of valgevaar, en is wettelijk verplicht als het niet anders kan, volgens de Arbowet.
Veiligheidskleding gebruik je wanneer er risico's zijn die niet anders kunnen worden beperkt, zoals bij werken in het verkeer (signalisatiekleding), met gevaarlijke stoffen (vloeistofdicht, vlamvertragend), in de zorg (labjassen), of bij gevaar voor vallende objecten (helm). De Arbowet bepaalt wanneer het verplicht is op basis van een risicoanalyse, waarbij werkgevers verantwoordelijk zijn voor de juiste PBM's (Persoonlijke Beschermingsmiddelen).
Situaties waarin veiligheidskleding nodig is:
- Verkeer & Zichtbaarheid (Signalisatiekleding):
- Werken langs wegen, spoorwegen, op vliegvelden.
- Verkeersbegeleiding, handhavers, hulpdiensten.
- Slechte weersomstandigheden, schemering, donker.
- Gevaarlijke Stoffen: Werken met chemicaliën: vloeistofdichte of chemisch bestendige kleding.
- Stoffige omgevingen, verfspuiten: wegwerp- of stofbestendige kleding.
- Risico op hitte, vlammen, elektrostatische ontlading: vlamvertragende of multinorm kleding.
- Fysieke Gevaren (Hoofdbescherming):
- Bouw, productie, hijswerk: veiligheidshelm tegen vallende objecten.
- Werken met kettingzagen: speciale zaagbroeken.
Specifieke Sectoren:
- Zorg & Laboratoria: Jassen ter bescherming tegen spatten, (explosie)gevaar.
- Eerstehulpdiensten & Hulpdiensten: Hoge klasse zichtbaarheidskleding (klasse 3).
Wie bepaalt en wat is de rol?
- Werkgever: Verplicht om een veilige werkomgeving te bieden, risico's te inventariseren (RI&E) en de juiste kleding te verstrekken.
- Werknemer: Moet de voorgeschreven veiligheidskleding correct dragen.